Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenBijeenkomst Draaiboek code zwart
corona

Bijeenkomst Draaiboek code zwart

Zondag 1 november 2020

Wie gaat vóór op de ic?

Iedereen hoopt natuurlijk dat het nooit zover komt. Maar stel dat er twee patiënten zijn en maar één plek op de intensive care: hoe kies je dan voor wie dat ic-bed is? Artsen maakten er een draaiboek voor. Tijdens de KBO-dialoogbijeenkomst Draaiboek code zwart gingen leden erover in gesprek. ‘Fijn dat de deskundigen er zo zorgvuldig mee omgaan.’

 width=

‘We gaan vandaag praten over een lastig onderwerp.’ Zo opent Leo Bisschops, voorzitter van KBO-Brabant, de bijeenkomst in  het clubhuis van Wijnu, de KBO-Afdeling te Veghel. De deelnemers zitten achter tafels die verspreid zijn over de ruimte. ‘Weet u het nog? In maart 2020 leek het “code zwart” te worden in de ziekenhuizen: een tekort aan ic-bedden waardoor artsen moeten kiezen welke patiënt naar de ic mag. Dat was een reden voor artsenfederaties om een draaiboek voor die situatie te maken. Omdat KBO-Brabant er graag met zijn leden over in gesprek wil, organiseren we vier dialoogbijeenkomsten over dit thema.

Draaiboek

Vandaag praten mee klinisch geriater Mascha Kuipers-de Vries van het Bernhoven Ziekenhuis in Uden en Antina de Jong, ethicus en jurist van artsenfederatie KNMG. Zij was betrokken bij het samenstellen van het draaiboek.’ De KNMG werd dit voorjaar veel gebeld door artsen die in paniek waren: wat moeten we doen? ‘Artsen zijn niet opgeleid om te kiezen tussen mensen die hulp nodig hebben, anders dan op medische gronden’, vertelt Antina de Jong. ‘Dat is ontzettend moeilijk voor hen. Ze willen juist iedereen helpen. Wij vonden dat er een leidraad moest komen.’ En dus stelde een groep intensive care-artsen, hoogleraren ethiek, hoogleraren filosofie en juristen een draaiboek op. ‘Helaas pikten de media alleen de leeftijdsgebonden triage op: jong gaat voor oud. Terwijl dat ongeveer het laatste criterium is. De KNMG wil graag weten wat maatschappelijke organisaties als ouderenbonden en vooral ouderen zelf van het draaiboek vinden. Daarom gaan we hier graag met u over in gesprek.’

Trauma

Geriater Mascha Kuipers-de Vries neemt het woord. Ze zat dit voorjaar midden in de hectiek van doodzieke covid-19-slachtoffers. ‘Erg heftig. Ineens was ik geen geriater meer maar covid-dokter.’ Ze legt uit wat er gebeurt bij een ic-behandeling. Medicatie, behandeling en apparatuur nemen dan tijdelijk de bloedcirculatie, ademhaling en/of orgaanfunctie over – totdat het lichaam het zelf weer oppakt. ‘Het is traumatiserend: je ligt alleen, het personeel draagt beschermende pakken waardoor echt contact onmogelijk is. Bij het beoordelen of iemand naar de ic gaat, maken we een “kwetsbaarheidsscore” op basis van medische gronden. Daarbij kijken we niet naar de leeftijd maar naar iemands reserves. Heeft de behandeling zin, kan deze persoon het aan? Wat is de verwachte uitkomst van de behandeling en is die uitkomst acceptabel voor de patiënt? Dat bespreken we het liefst samen met de betrokkene.’

Leeftijd pas op derde plek

Is er een tekort aan ic-bedden en zijn twee patiënten medisch gezien vergelijkbaar, dan pas komen de niet-medische redenen aan bod. Daarbij zijn er verschillende uitgangspunten, legt Antina uit. Uitgangspunten als: artsen willen zoveel mogelijk levens redden. En ieder mens is gelijkwaardig. De artsen kijken niet naar zaken als status, leeftijd en sekse. Ook ‘eigen schuld’ – je bent bijvoorbeeld naar een feestje geweest en liep daar corona op – speelt geen rol. Antina: ‘Verwachten we dat iemand kort op de ic zal blijven? Dan heeft hij of zij voorrang. We willen immers zoveel mogelijk levens redden, dus als iemand naar verwachting twee dagen ic-opname nodig heeft, gaat die voor een covid-19 patiënt die gemiddeld drie weken op de ic ligt. Ook mensen die in de zorg werken gaan voor, maar alleen als zij tijdens hun werkzaamheden wegens schaarste aan beschermingsmiddelen niet beschermd waren tegen corona terwijl dat wel heerste in hun werksituatie.’ Pas in derde instantie komt leeftijd in beeld. De achtergrond daarbij: iedereen moet in zijn leven dezelfde kansen in tijd krijgen om te doen wat hij/zij wil doen. Ouderen hebben daar meer tijd voor gehad. Antina: ‘Stel, een man van zeventig en een meisje van acht jaar hebben allebei twee dagen ic nodig. Het meisje van acht had minder kansen in het leven, dus gaat ze voor.

Wel of niet behandelen?

Tijd voor reacties uit de zaal. ‘Wie zitten er in het triageteam?’, is een vraag. Antina antwoordt dat niet één arts de beslissing neemt en sowieso niet de behandelend arts, maar een team van drie mensen. ‘Dat team wordt ondersteund door een commissie. De commissieleden zitten per toerbeurt in het team.’ Uit de vorige KBO-bijeenkomst kwam het voorstel om een patiënt in de commissie te zetten. ‘Dat nemen we zeker mee’, zegt Antina. ‘Artsen zijn heel precies, ook onder tijdsdruk’, vult Mascha aan. ‘Alles wat ze beslissen, moeten ze registreren want alles moet achteraf controlbeerbaar zijn. Ze zijn dus gedwongen om het zorgvuldig te doen.’Nog een opmerking uit de zaal. ‘Ik mis aandacht voor wat een oudere patiënt zelf wil in zo’n situatie’, zegt een mevrouw. Mascha: ‘Het is heel belangrijk om daarover alvast na te denken vóór het aan de orde is. Het gesprek over “wil ik wel of niet behandeld worden?” begint liefst thuis. Wat is voor u een levenswaardig leven? Zorg dat uw huisarts en naasten weten hoe u daar in staat. Fijn dat een open gesprek hierover in Nederland mogelijk is. In Duitsland bijvoorbeeld ligt dat gevoelig. Terwijl alsmaar doorbehandelen ook kan betekenen: iemand schaden.’

Verdrietig

Ook in de zaal zit Loek Middel (95), dit jaar het gezicht van Leyden Academy – het instituut dat de kwaliteit van leven van ouderen wil verbeteren. Hij geeft zijn plek graag aan een jonger iemand. ‘Ik ben niet levensmoe hoor, maar beschouw mijn leven wel als voltooid. Er ligt een schriftelijke wilsverklaring bij de huisarts: ik wil niet behandeld worden. Plus een euthanasieverklaring voor als ik ga dementeren.’ Dat de discussie steeds gaat over ‘kiezen tussen leven en dood’, vindt hij niks. ‘Een arts wil levens redden. Een ander zou voor een arts moeten beslissen.’ Een mevrouw vraagt of de familie altijd wordt betrokken bij de keuze voor wel of niet ic-opname. ‘Mijn man overleed op 23 maart aan covid-19. Er was een panieksituatie bij de artsen, maar ons als familie is niets gevraagd. Mijn man was zelf te ziek om te beslissen.’Masha: ‘Wat triest, gecondoleerd. Normaal gesproken voeren we zo’n gesprek met de familie erbij. Door het risico op virusverspreiding en de enorme toename van het aantal patiënten kon dat in maart vaak niet. Ze hadden desnoods moeten bellen. Erg verdrietig dat dat niet is gebeurd.’

Vertrouwen

Leo Bisschops rondt af. ‘Het was goed om uw opmerkingen en verbeterpunten te horen. Dit is iets waarover we als Nederlanders samen in gesprek moeten.’ Mascha is onder de indruk van hoeveel mensen hier diep over nadenken. ‘Ik ben blij dat ik hier mocht zijn. En natuurlijk hoop ik dat we het draaiboek nooit nodig zullen hebben.’ Een deelnemer in de zaal heeft het laatste woord: ‘Toch goed dat het document er is. Fijn dat de deskundigen er zo zorgvuldig mee omgaan. Ik heb er alle vertrouwen in.’

Wat moet er gebeuren als er door de coronacrisis niet genoeg ic-bedden zijn om patiënten op te nemen? Dit code zwart-scenario leidde tot een draaiboek met de klinkende naam ‘Triage op basis van niet-medische overwegingen voor IC-opname ten tijde van fase 3 in de COVID-19-pandemie’. Het werd gemaakt door de artsenfederatie KNMG en de Federatie Medisch Specialisten (FMS) en in juni 2020 gepubliceerd.