Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenGegijzeld maar niet verslagen
Gijzelaars in Beekvliet

Gegijzeld maar niet verslagen

Dinsdag 1 december 2020

‘Het was vrijheid in gevangenschap’

Niet iedereen weet dat in de Tweede Wereldoorlog een grote groep kopstukken werd gegijzeld in het kleinseminarie Beekvliet in Sint-Michielsgestel. De expositie ‘Gegijzeld maar niet verslagen’ vertelt het indrukwekkende verhaal.

 width=

‘Ik wist wel dat er in de oorlog veel kopstukken gegijzeld zaten in Beekvliet, zoals professor Schermerhorn, die later minister-president werd. Maar hoe het er binnen de muren aan toeging, daar had ik geen idee van. Daarom wilde ik graag naar deze expositie, vertelt Jenny van den Berg. Ze is een van de KBO-bezoekers die op deze zonnige dinsdagochtend in september de expositie Gegijzeld maar niet verslagen bezoekt. Locatie: het voorheen kleinseminarie Beekvliet in Sint-Michielsgestel. Dit gebouw werd in de Tweede Oorlog gevorderd door de Duitsers om te gebruiken als gijzelaarskamp. De expositie in het gebouw ernaast is onderdeel van de viering van 75 jaar bevrijding van ons land. Bezoekers ontdekken er hoe het dagelijks leven van de gijzelaars er destijds aan toeging. 

Van het bed gelicht

Expositie-samensteller Koos Loose opent de bijeenkomst. ‘Tijdens de Tweede Wereldoorlog zaten invloedrijke mannen van ons land onschuldig gevangen in het kleinseminarie Beekvliet. Zo’n 460 politici, wetenschappers, schrijvers, ondernemers, musici, vakbondsbestuurders en geestelijken werden op bevel van Reichskommissar Seyss-Inquart op 4 mei 1942 van hun bed gelicht en geïnterneerd in Beekvliet. De gijzelaars zouden bij sabotagedaden van bijvoorbeeld verzetsgroepen worden gestraft. Ze stonden borg met hun leven.’

Altijd angst

In kleine groepjes lopen de bezoekers door de tien kamers van de expositie. Indrukwekkend vinden ze het. Elke ruimte heeft een eigen thema. Zo is er een kamer met de maquette van Beekvliet ten tijde van de gijzeling. Je kunt er de rondleiding beluisteren die gijzelaar Philip Roest opschreef voor het thuisfront. In een andere kamer is de slaapsituatie nagebootst: een chambrette met een stapelbed en kledingkast. Weer een andere ruimte vertelt het verhaal van de acht mannen die de gijzeling niet overleefden. Koos Loose: ‘Er was altijd angst en dreiging. De gijzelaars waren ‘s nachts bij naderende auto’s en stampende laarzen bang dat ze zouden worden meegenomen. Uiteindelijk eindigden acht van hen voor het vuurpeloton, wegens sabotagedaden elders in Nederland. Zonder enige vorm van proces.’ 

Vriendschappen voor het leven

In een volgende ruimte zijn portretten van verschillende gijzelaars te zien, geschilderd door schilder Karel van Veen, die in totaal tachtig van hen op doek vastlegde. Ook het portret van Emmanuel Sassen hangt er aan de muur, de man die in 1948 minister van Overzeese Gebiedsdelen werd en ruim anderhalf jaar in Beekvliet verbleef. Zijn zoon Ferdinand Sassen, een van de samenstellers van de expositie, heeft het originele schilderij in zijn bezit. Zijn vader – advocaat en lid van het College van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant – werd waarschijnlijk opgepakt omdat hij kritische verhalen over de Duitsers scheef in verzetsbladen. ‘Het viel niet mee voor hem: mijn moeder en hij waren net getrouwd. Hij zei weleens dat het voelde als vrijheid in gevangenschap en als gevangenschap in vrijheid. Het was zwaar maar hij sloot er vriendschappen voor het leven.’ 

Dierenarts

Ferdinands vader vertelde zijn gezin ook humoristische verhalen over Beekvliet. Bijvoorbeeld over de gijzelaar die dierenarts in de buurt was. ‘Hij zei tegen de Duitsers dat er in de regio mond- en klauwzeer dreigde uit te breken. Daar kon hij alleen iets aan doen als hij af en toe het kamp uit mocht. Tijdens die momenten had hij contact met het verzet.’

Knutselen met Knuttel

Het verblijf in het gijzelaarskamp was niet plezierig en comfortabel, maar zeker niet te vergelijken met het leven in een Duitse strafgevangenis, legt Koos Loose uit aan een groepje bezoekers in de kamer die de aula van Beekvliet voorstelt. Hier is de rol te zien van toneel, sporten, knutselen en lezingen. ‘De gijzelaars konden allerlei activiteiten ontwikkelen om zich bezig te houden. Ze organiseerden sportwedstrijden en toneel- en muziekuitvoeringen, hielden lezingen en politieke besprekingen. De bekende wetenschapper Marcel Minnaert schreef cursussen. Ook was er de groep Knutselen met Knuttel, vernoemd naar de eveneens gegijzelde directeur van het Gemeentemuseum Den Haag. Joke en Leo Rinkel bekijken alles goed. Ze zijn pas kort lid van de KBO en dit is hun eerste activiteit. ‘We wonen aan de overkant van Beekvliet. Heel interessant, vrijheid binnen prikkeldraad.’

Leuke anekdotes

Het verloop was erg groot. Regelmatig werden gijzelaars – volstrekt willekeurig – ontslagen en kwamen er nieuwe voor in de plaats. Frits Philips, directeur van de gloeilampenfabriek, kwam in oktober 1943 vrij, twee maanden eerder dan Emmanuel Sassen. Ferdinand: ‘Mijn vader gaf Frits een brief mee voor mijn moeder waarin stond dat het goed met hem ging. Eenmaal in vrijheid leverde Frits meteen de brief af en zei toen tegen mijn moeder: “Als u het goed vindt, ga ik nu snel naar mijn eigen vrouw.” Hij was als eerste naar mijn moeder gegaan. We moesten er thuis altijd erg om lachen als mijn vader zo’n anekdote vertelde.’

Verwijsbrief

Ook Koos Loose kent meerdere sappige verhalen over de Beekvliet-tijd. ‘Er zat hier een Joodse man in gijzeling, Hans Samson genaamd. In 1949 vroeg zijn zesjarige zoon aan zijn moeder: “Papa kan mijn vader niet zijn, hij zat toen toch vast?” Zijn moeder legde uit dat zijn vader een verwijsbrief voor de specialist had gevraagd aan de Duitsers. Zogenaamd voor medische controle. Het was een dekmantel om even in de behandelkamer met zijn vrouw samen te kunnen zijn. Ze noemden hun kind negen maanden later Gijs Michiel, afgeleid van “gijzelaar Michiels-Gestel”.’

Wederopbouw

Op 5 september 1944 hield het gijzelaarskamp Beekvliet op te bestaan. De nog aanwezige gegijzelden werden naar het concentratiekamp Vught gebracht. Tijdens het transport naar Vught ontsnapten er acht. De rest kwam een aantal dagen later vrij. De expositie is nog open tot 31 december 2020. Koos Loose: ‘Dit is zo’n interessant hoofdstuk uit de Nederlandse geschiedenis. De contacten die hier ontstonden, werkten door in de naoorlogse geschiedenis van Nederland. Veel ex-gijzelaars speelden een rol bij de wederopbouw van Nederland.’

Naast het kleinseminarie Beekvliet waren er nog twee gijzelaarskampen. In juli 1942 kwamen bijna achthonderd gijzelaars terecht in het grootseminarie in Haaren en later in het jongensinternaat De Ruwenberg in Sint-Michielsgestel. In het kamp Haaren zat al sinds 1940 een groep ‘Indische’ gijzelaars. Zij waren daar geïnterneerd als Duitse vergelding voor de arrestatie in mei 1940 van bijna 2.400 Duitsers door de Nederlandse gouverneur-generaal in Nederlands-Indië. Sommige gijzelaars in Beekvliet hadden elders in arrest gezeten, zoals in de kampen Schoorl, Amersfoort en Buchenwald. In totaal zijn er 1.276 namen van gijzelaars achterhaald, waarschijnlijk zijn het er meer geweest.