Ga door naar hoofdcontent
Artikelen‘Laten we een beetje op elkaar letten’
Ina adema

‘Laten we een beetje op elkaar letten’

Maandag 21 december 2020

‘Saamhorigheid is de kracht van Brabant’

Ina Adema

Ze is geboren in Amsterdam, opgegroeid in Gelderland en Friesland, ze heeft gestudeerd in Groningen en Duitsland, gewerkt in Overijssel en Flevoland… Maar met Brabant heeft Ina Adema een speciale band. Van 2009 tot 2016 was ze burgemeester van Veghel en sinds oktober is ze de commissaris van de Koning in Noord-Brabant: ‘Het voelt als thuiskomen.’

 width=

In oktober 2020 werd u de nieuwe commissaris van de Koning in Noord-Brabant. Was dat een logische carrièrestap voor u? 

‘Kijk, ik heb niet mijn hele leven gedacht: ik wil commissaris van de Koning worden. Tegen het einde van mijn wethouderschap – van 2001 tot 2009 was ik wethouder in Deventer – realiseerde ik me dat ik liefst wilde blijven werken in het openbaar bestuur. Zo werd ik in 2009 burgemeester van Veghel. Toen in mijn tweede ambtsperiode de gemeente Veghel werd opgeheven, heb ik vanwege allerlei redenen besloten niet te solliciteren op het burgemeesterschap van de nieuw ontstane gemeente, Meierijstad, en werd ik burgemeester van Lelystad. Op een gegeven moment kreeg ik het bericht dat Wim (Wim van de Donk, tussen 2009 en 2020 commissaris van de Koning van Brabant, red.) ging stoppen. Toen dacht ik: dat is wel een hele mooie baan. Ik had zo’n goede tijd gehad in Veghel, het leek me fijn om terug naar Brabant te gaan. Maar eigenlijk kwam die functie twee jaar te vroeg: mijn termijn in Lelystad zat er nog niet op. Het was een moeilijke beslissing, ik voel ook een enorme loyaliteit richting Lelystad. Maar ja, sommige dingen komen maar één keer voorbij. Ik dacht: als ik nu niet solliciteer, gaat het niet meer gebeuren. En het resultaat is duidelijk.’

Wat neemt u mee uit uw vorige functies? 

‘Als commissaris van de Koning ben je geen onderdeel van de politiek. Je staat boven de politieke partijen en je speelt geen hoofdrol in politieke keuzes. Als burgemeester heb je zo’n zelfde rol: een brugfunctie boven de partijen. Ik ben dik elf jaar burgemeester geweest. Wat ik in die periode ook heb geleerd, denk ik, is dat het ongelooflijk belangrijk is te luisteren. Op allerlei plekken te komen en te horen wat er speelt. Dan krijg je zicht op waar mensen mee bezig zijn. Dat zie ik ook nu als mijn rol: luisteren, signalen ophalen, zicht krijgen op wat er leeft. Als ik alleen zou uitgaan van thema’s die op mijn bureau komen, zou ik geen representatief beeld krijgen van wat er speelt in de samenleving. Om dat wél te krijgen, moet ik erop uit: evenementen bezoeken, mensen spreken, werkbezoeken afleggen, enzovoort.’  

Eropuit gaan is op dit moment niet zo vanzelfsprekend. Hoe vindt u dat? 

‘Wat dat betreft heb ik wel een gekke start achter de rug. Waar ik normaal mee zou beginnen, is nu weggevallen. Maar ik heb van de nood een deugd gemaakt en veel intern geïnvesteerd. De focus ligt automatisch meer op wat er intern speelt. Ik heb ook wel externe gesprekken hoor, maar die verlopen toch anders in deze tijd. En het leukste aan mijn werk vind ik juist de contacten met andere mensen. Dat externe, horen wat er leeft en speelt. Dat vind ik eigenlijk de kersen op de taart. Ik hou van mensen, en die menselijke ontmoetingen zijn er nu niet. Ik mis dat. Maar ja, dat missen we allemaal.’

Die verminderde sociale contacten raken inderdaad iedereen, ook senioren. Ziet u dat in uw omgeving?

‘Zeker. Mijn moeder is bijna 83, mijn vader is een jaar geleden overleden. Mijn schoonvader is in coronatijd overleden. Dat was super heftig. Hij had geen corona, maar er waren zoveel beperkingen… we konden hem niet meer bezoeken, dat was moeilijk. En mijn moeder is nu een jaar weduwe. Ze woont nog zelfstandig, maar in normale omstandigheden hadden we meer leuke dingen gedaan met haar. Juist dit jaar. Maar dat gaat gewoon niet. De huidige situatie is voor iedereen, maar vooral ook voor ouderen, erg ingewikkeld.’

Ouderen staan centraal bij KBO-Brabant. Kende u onze vereniging al? 

‘Ja natuurlijk, ik ben burgemeester geweest van Veghel! Ik vind het heel erg goed dat er een organisatie als KBO-Brabant bestaat. Jullie vervullen een relevante rol, geven informatie, komen op voor de belangen van ouderen, organiseren belangrijke activiteiten. Jullie belastinginvullers en alle andere vrijwilligers die ondersteuning geven… Jullie zorgen voor een prachtig netwerk rondom ouderen. En jullie zijn een relevante gesprekspartner voor allerlei partijen.’

Wat wilt u voor Brabant betekenen de komende jaren?

‘Ik ben voorzitter van de Provinciale Staten en de Gedeputeerde Staten. De Provinciale Staten bepalen het beleid en de Gedeputeerde Staten voeren het uit. Voor mijzelf als commissaris van de Koning vind ik het belangrijk om goed geïnformeerd te zijn, anderen een spiegel voor te houden, te bemoedigen, te ontmoedigen, samenwerkingen te bevorderen. In mijn installatietoespraak heb ik een paar thema’s genoemd die voor de toekomst groot zijn: het klimaat, het belang van water, ondermijning, digitalisering. Ondermijning is het verschijnsel dat criminelen invloed uitoefenen op bedrijven, overheden of organisaties en zo de samenleving corrumperen. En wat betreft dat laatste: voor ouderen is digitalisering een relevant aandachtspunt. Ik heb daarbij ook oog voor de bedreigingen ervan: het aantal fraudes dat plaatsvindt, is groot. Mensen schamen zich als ze er slachtoffer van worden, maar vaak gebeurt het op zo’n slimme manier! Niet alle ouderen zullen de digitalisering kunnen bijbenen – dat is een gegeven. Mijn vader bijvoorbeeld, zat de hele dag achter zijn computer. Mijn moeder niet; nu regel ik dingen voor haar die digitaal moeten gebeuren. Ik hoop dat het systeem rondom ouderen die de digitalisering niet kunnen bijbenen goed georganiseerd is. Met hulp uit hun directe netwerk, met hulp van vrijwilligers, met hulp van gemeenten. Die hebben hier een relevante rol, want daar is het grootste gedeelte van het sociale domein ondergebracht.’

Vindt u dat de provincie ook een rol heeft ten aanzien van ouderen?

‘De hoofdrol in het ouderenbeleid ligt bij de gemeentes. Dat komt door de kanteling van het sociale domein daarnaartoe. De provincie voert geen specifiek doelgroepenbeleid, dus ook geen ouderenbeleid. Maar onderwerpen zoals het openbaar vervoer, buurtbussen enzovoort – dat zijn taken van de provincie. Want ook de provincie moet op een goede manier rekening houden met ouderen!’

U zei straks al even dat u het fijn vindt om terug te zijn in Brabant. Wat heeft u met deze provincie? 

‘Klopt, dit voelt voor mij als thuiskomen. Een van de mooie dingen in Brabant vind ik de saamhorigheid. Die zie je echt niet overal, hoor. Laat ik het zo zeggen: er zijn ook plekken waar die saamhorigheid een stuk minder is. Samen dingen doen: dat staat centraal in de Brabantse cultuur. Dat vind ik een hele belangrijke kwaliteit. Die saamhorigheid zie je ook in zaken die we nu moeten missen: het vieren van feestjes, carnaval, gildes, rituelen van groepen die bij de kerk horen, samen wagens bouwen… Daar komt nog iets bij, namelijk het krachtige bedrijfsleven in deze provincie. Brabant kent een enorme hoeveelheid familiebedrijven. Die staan net weer anders in de samenleving. In Lelystad bijvoorbeeld waren ook veel bedrijven, maar de directeuren daarvan woonden veelal in het Gooi. Veel Brabantse familiebedrijven hebben een persoonlijk binding met hun omgeving, en dat geeft een andere dynamiek. Dat uit zich in de manier waarop bedrijven actief zijn in de samenleving: ze nemen een maatschappelijke rol. In Veghel bijvoorbeeld – maar dat geldt voor heel Brabant – participeren allerlei bedrijven actief in mooie projecten, omdat ze dat van meerwaarde vinden voor de samenleving. Ze nemen een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dat hóeven ze niet te doen, maar ze doen het wel. Die saamhorigheid: voor mij is dat de kracht van Brabant. Dat is ook een van de redenen waarom ik hier graag terug wilde komen.’

U noemde net de feestjes… hét Brabantse feestje is toch wel carnaval. Heeft u daar iets mee?

‘Ik ben er niet mee opgegroeid, maar ik ben het ongelooflijk gaan waarderen. Carnaval is zoveel meer dan wat mensen in het westen denken: veel bier drinken. Natuurlijk wordt er ook wel een biertje gedronken, maar carnaval is van een grote maatschappelijke waarde. Het brengt mensen samen; mensen die met elkaar de mooie dingen van het leven vieren. Weer die saamhorigheid… ik vind dat schitterend.’

Waarschijnlijk wordt carnaval dit jaar niet gevierd. Hoe vindt u dat? 

‘We missen met z’n allen veel dingen. Heel veel aspecten die het leven kleur geven, kunnen nu niet plaatsvinden. We kunnen niet naar de bioscoop, niet naar een restaurant. Wel kunnen we de vreugde zoeken in kleine dingen. Zelf vind ik het bijvoorbeeld fijn dat ik naar buiten kan voor een wandeling. Maar ja, ik kan me voorstellen dat veel mensen het best wel zwaar hebben. Optimistisch blijven valt niet altijd mee, zeker nu deze situatie zo lang aanhoudt. En zo kom ik weer bij de kracht van Brabant: laten we een beetje op elkaar letten, een beetje zorgzaam zijn en aandacht aan elkaar besteden. Dan komen we er wel doorheen.’

U heeft het vast heel druk in uw nieuwe functie. Heeft u nog tijd voor hobby’s?

‘Niet gruwelijk veel tijd, maar ik kan wel erg genieten van een mooie wandeling. En ik fotografeer graag. Ik vind het ook altijd leuk om nieuwe dingen te ontdekken. We hebben net de sleutel van onze nieuwe woning in Haarsteeg gekregen. Daar moet nog wat geklust worden en dan trekken we erin. Daar heb ik heel veel zin in. Het lijkt me fijn om van daaruit de omgeving te ontdekken. Plaatsjes in de buurt bezoeken, een dag zomaar rondwandelen en rondkijken – dat vind ik hartstikke leuk.’

Ina Adema (Amsterdam, 1968) is bestuurder en politica van de VVD. Ze studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen en internationaal recht aan de Universiteit van Göttingen. In de jaren negentig werkte ze als bedrijfsjurist in Deventer, alwaar zij in 1999 namens de VVD toetrad tot de gemeenteraad. In 2001 werd ze in diezelfde stad wethouder. In 2009 werd ze burgemeester van de gemeente Veghel, en in 2016 van Lelystad. Sinds oktober 2020 is zij commissaris van de Koning in Noord-Brabant.