Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenRijksbouwmeester Floris Alkemade over toekomstbestendig wonen
Woonvormen

Rijksbouwmeester Floris Alkemade over toekomstbestendig wonen

Maandag 21 december 2020

‘Vergrijzing is een vorm van Luxe’

Rijksbouwmeester Floris Alkemade

Architect en rijksbouwmeester Floris Alkemade vindt dat we veel slimmer en socialer moeten bouwen en verbouwen. Met KBO-Brabant-voorzitter Leo Bisschops gaat hij in gesprek over bijzondere, toekomstbestendige woonvormen. ‘Een informele structuur is een enorm sterk gereedschap.’

 width=

Rijksbouwmeester Floris Alkemade (1961) ontvangt Leo Bisschops aan huis: een monumentaal herenhuis in Sint Oedenrode. Het pand is al generaties in de familie en Alkemade woonde er zelfs enige decennia samen met zijn gezin en zijn ouders. ‘Wij kennen hier in Brabant een enorme kwaliteit van leven, die gegroeid is uit de traditie en uit de historie. Die voel ik hier in dit huis ook’, vertelt Alkemade, terwijl hij uit een antieke theepot Leo Bisschops een kopje thee inschenkt. ‘Hier wonen mensen, veel meer dan in andere provincies, nog op dezelfde plek als hun voorouders. Mijn vader zei: ik ga hier nooit weg. Met zorg aan huis hebben we dat gelukkig goed kunnen regelen. Zelf denk ik nu ook: ik ga hier nooit meer weg.’  

Verantwoordelijkheden delen

Bijzonder, vindt Bisschops. ‘Veel van onze leden zijn daar ook mee bezig. De meeste van hen wonen nog zelfstandig. Maar ik maak me wel zorgen. De beschikbaarheid van zorgpersoneel en mantelzorgers neemt af. Zowel qua wonen als zorg hebben we dus een behoorlijke uitdaging.’ Alkemade snapt die zorg wel. ‘Kwetsbare ouderen hebben andere woningen nodig. Ik ben er absoluut niet voor om tegen mensen die thuis gelukkig zijn te zeggen: “Je moet er eigenlijk uit.” Maar ik ben er wel voor om mensen die zelf uit hun eengezinswoningen willen een goede plek te bieden. Nu is het enige alternatief vaak een appartement, dat dan ook nog vaak te klein en te duur is. Zelfs in de middeleeuwen hadden we meer keuze. Er waren allerlei vormen van samenwonen. De begijnenhoven, de gildehuizen, de kloosters. Er was een context waarin mensen heel gemakkelijk zaken en verantwoordelijkheden konden delen. Het is interessant om te onderzoeken of we dat soort woonvormen en gemeenschappen ook nu weer kunnen gaan aanbieden.’ 

Ongevraagd advies

En dat onderzoeken is precies wat Alkemade als rijksbouwmeester doet. Het is zijn taak de overheid gevraagd en ongevraagd te adviseren: over het rijksvastgoed, maar ook over maatschappelijke uitdagingen die een link met bouwen hebben. De vergrijzing bijvoorbeeld. ‘Hoewel ik vergrijzing allereerst een vorm van luxe vind. Voor mensen persoonlijk omdat we er dankzij onze welvaart een levensfase bij hebben gekregen. Daarnaast is vergrijzing ook een luxe voor de maatschappij: er is een hele generatie die haar tijd en ervaring nagenoeg belangeloos kan inzetten. Die een eigen passie kan volgen. Passie en solidariteit is precies wat we nu als maatschappij nodig hebben. Een ouder wordende samenleving biedt die kans.’ Daar kan Bisschops zich natuurlijk helemaal in vinden. ‘Wij pleiten er al jaren voor dat er in Den Haag en op andere plaatsen waar beleid wordt gemaakt niet óver ouderen wordt gepraat, maar mét ouderen. Natuurlijk, sommige ouderen zijn kwetsbaar. Maar ouderen zijn ook een groep waar heel veel denkkracht en ervaring zit. In het Land van Cuijk praten we bijvoorbeeld met een groep ouderen over wonen en zorg. Gemeenten, zorgaanbieders en woningcorporaties zijn ook bij die bijeenkomsten, maar vooral om te luisteren. De ouderen zijn aan het woord: over hoe we een sterke sociale structuur kunnen creëren, over financiële vraagstukken, over informele zorg en de aansluiting daarvan op formele zorg, over de noodzakelijke versnelling van de bouwopgave en de politieke druk die we als ouderen kunnen uitoefenen op de overheid’. 

Hofjes

Alkemade houdt van dit soort plannen. Hij nam onder meer het initiatief voor Who Cares, een ontwerpend onderzoek waarvoor concrete plannen voor innovatieve vormen van wonen en zorg konden worden ingediend. Inmiddels is Who Cares uitgegroeid tot een ‘community’ die helpt bij de uitvoering van dit soort plannen en knelpunten onderzoekt. ‘We zien hier dat met name hofjes heel populair zijn. Dat klinkt kneuterig. Maar het is een heel mooi model waarbij je zelf privacy hebt, maar de tuin deelt en waar het ook opvalt als de gordijnen dicht blijven. Je wordt onderdeel van een vertrouwde gemeenschap, dat is een vorm van geborgenheid waar veel mensen behoefte aan hebben.’

Boerderijen

Specifiek voor Brabant ziet Alkemade ook veel kansen in stallen die leeg komen te staan. Het project Aan de dreef in Zundert vindt hij een mooi voorbeeld. ‘Op een boerderij daar zijn de stallen gesloopt, is de bestemming gewijzigd en wordt nu gebouwd aan wooneenheden voor ouderen en een grote moestuin in het midden. Er zijn een paar gastenverblijven voor kinderen en kleinkinderen. Dit is een perfecte omgeving voor ouderen die van het boerenland komen.’ Een ander mooi Brabants voorbeeld is het Kloosterkwartier in Veghel. De zusters Franciscanessen zagen dat hun congregatie op haar einde liep en wilden iets nalaten aan de maatschappij. ‘Nu gaan daar 550 woningen gebouwd worden, waarvan de helft voor de meest kwetsbare groepen is. We gaan het park en de woonomgeving zo inrichten dat iedereen voor elkaar gaat zorgen. De zusters helpen op de lagere school. Jongeren onderhouden het park. Er is een overdekte jeu-de-boules-baan die nu al veel wordt gebruikt. Zo mengen we midden in het centrum verschillende generaties en doelgroepen. We bouwen een gemeenschap die voor elkaar zorgt, geheel in lijn met het gedachtegoed van de zusters. Dat heeft heel veel waarde en, als je naar de uitgespaarde zorgkosten kijkt, ook financiële waarde.’

Informele structuren

Bisschops noemt de ‘bergen rapporten’ die worden gewijd aan oplossingen voor uitdagingen rondom de vergrijzing. ‘We zijn in Nederland heel sterk in het op tafel leggen van problemen. En er zijn overal losse initiatieven. Hoe denk jij dat we massa kunnen maken?’ Door je denken minder door beperkende regels te laten sturen en vooral in te zetten op wat logisch en nodig is, zegt Alkemade. ‘We moeten vooral veel projecten opstarten om van te leren. Dan loop je tegen dingen aan die je vooraf niet kunt bedenken. Dan zie je ook welke regelgeving onterecht te beperkend wordt toegepast maar ook welke nieuwe mogelijkheden zich vanuit een goed opgezet ontwerp en bouwproces aandienen.’ De rijksbouwmeester wil dat de projecten waarin hij een rol speelt de zogenoemde informele structuren versterken. ‘Dat is een enorm sterk gereedschap. Mijn moeder was hier in het dorp huisarts. Elke maandagochtend kwam er een non langs waarmee ze het hele dorp doornam. Alle zorgvragen kwamen voorbij, iedereen werd gezien, waar nodig werd geholpen. Al die zorgaanbieders die hier nu rondrijden zijn zo aan allerlei administratieve procedures gebonden dat ze dat niet meer voor elkaar krijgen.’

Elkaar helpen

Alkemade en Bisschops hebben wat die informele structuren betreft hoge verwachtingen van Brabant. ‘Elkaar helpen en elkaar steunen: dat zijn de wortels van KBO-Brabant. Dat is waar onze hele verenigingsstructuur op is gebouwd’, zegt Bisschops. ‘Er zit hier in Brabant een soort vanzelfsprekendheid in het naar elkaar omzien’, vult Alkemade aan. ‘Als we zo gaan bouwen, dat we daar ook ruimte en aanleiding voor bieden, kunnen we juist dat versterken.’ Bisschops komt terug op die denkkracht en ervaring van senioren. Heeft Alkemade nog een advies aan de leden van KBO-Brabant? Kunnen zij zelf iets doen voor een prettig woonperspectief?  ‘Wachten op de overheid is zelden een goed idee. Dus ik adviseer vooral om je verbeeldingskracht in te zetten. En kijk daarbij vooral naar bestaande gebouwde omgeving. We hoeven niet iets nieuws voor senioren neer te zetten aan de rand van de stad. Nee, we moeten onze steden inclusiever maken, generaties mengen. In steeds meer dorpskernen en stadscentra komen gebouwen leeg te staan. Kijk naar wat voor mogelijkheden voor ontmoeting en voor andere woonvormen die gebouwen en hun omgeving bieden. Schakel een ontwerper in om eens mee te denken. Vorm een coalitie van belanghebbenden, zet je verbeeldingskracht in en spreek dan je lokale overheid aan.’

Architect Floris Alkemade (1961) is nog tot september 2021 rijksbouwmeester. In die rol schreef hij onder meer ontwerpprijsvragen uit voor projecten die maatschappelijke vraagstukken inzetten als bron van innovatie. Hij is eigenaar van architectenbureau FAA, met kantoren in Parijs, Brussel en Sint Oedenrode en was tot voor kort lector aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam. In het voorjaar van 2020 kwam De toekomst van Nederland uit, een essay over de kunst van richting te veranderen.