Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenSamen wonen in hofjes
Wonen

Samen wonen in hofjes

Dinsdag 1 december 2020

Gemeenschappelijk en comfortabel wonen

Veel dorpen en steden hebben lelijke parkeerterreinen én gebrek aan seniorenwoningen. Eén plus één is twee, vinden de initiatiefnemers van De Nieuwe Hof(felijk)heid: maak het parkeren ondergronds en bouw op de vrijgekomen plek moderne hofwoningen met comfort, gemeenschappelijkheid en privacy.

 width=

‘Iedereen kent ze toch wel’, zegt Edgar Keehnen: ‘die lelijke parkeerpleinen midden in een mooie stads- of dorpskern. En nóg hebben gemeenten vaak te weinig parkeerruimte. Plek vinden voor nieuwe seniorenwoningen is minstens zo moeilijk.’ Keehnen is betrokken bij De Nieuwe Hof(felijk)heid: een initiatief om gemeenten ertoe te bewegen die beide problemen gezamenlijk aan te pakken. Het plan voor moderne hofwoningen in combinatie met ondergronds parkeren is al een paar jaar oud. Keehnen raakte er twee jaar geleden bij betrokken en is sindsdien hartstochtelijk pleitbezorger. 

Zelfstandig

Zijn loopbaan staat grotendeels in het teken van ouderen en gastvrijheid. Die twee komen prachtig samen in de hofwoningen in dorps- en stadskernen, vindt hij. ‘Veel gemeenten zitten in hun maag met parkeerplekken. Er zijn er altijd te weinig en de parkeerplaatsen die er zijn, zitten vaak op een lelijke plek midden in het dorp. Tegelijk kampt vrijwel elke gemeente met een gebrek aan seniorenwoningen. Hetzelfde zie je overigens bij zorginstellingen: ook zij kampen vaak met een gebrek aan parkeerruimte én willen nieuwe woonvormen ontwikkelen voor ouderen. Vandaar dat we ook in gesprek zijn met ouderenzorginstellingen. De hofwoningen die we willen realiseren, zijn overigens zelfstandige woningen.’

Menselijk wonen

Keehnen verdiepte zich vanuit zijn bedrijf Grey Ocean AGEnSee in de wensen van ouderen en schreef er diverse boeken over. ‘Dé oudere bestaat niet. De wensen van senioren, ook op het gebied van wonen, lopen enorm uiteen. Tegelijk zie je wel dat mensen bij het ouder worden contact met anderen steeds belangrijker gaan vinden. Het netwerk wordt kleiner en de kwaliteit van leven gaat steeds meer zitten in menselijkheid, in contacten. Dát is wat je uiteindelijk gelukkig maakt. Die menselijkheid moet dus in woonvormen terugkomen.’ Ouderen zijn soms wat dubbel in hoe ze liefst willen wonen, merkt Keehnen. ‘Veel ouderen willen in een appartementengebouw wonen en dan niet op de begane grond, met het oog op de veiligheid. Toch willen ze wel graag zo dicht mogelijk bij de begane grond wonen. Ik zag het bij mijn eigen ouders: toen ze mochten kiezen uit een appartement op de tweede of de zesde verdieping, kozen ze voor de tweede, omdat ze op de zesde het gevoel met de grond kwijt waren. Er zijn ook best veel ouderen die wél grondgebonden willen wonen, maar dat is doorgaans een stuk duurder dan in een appartementengebouw. Ook projectontwikkelaars bouwen om die reden liever de lucht in: dan kun je meer woningen kwijt op hetzelfde stuk grond.’

Goede buur

Grondgebonden seniorenwoningen zijn er dus niet zo veel in Nederland, maar Keehnen ziet er zonder meer een markt voor. ‘Bij het ouder worden vallen we soms terug op wat we van vroeger kennen en wat nostalgische gevoelens oproept. Bijvoorbeeld hofwoningen. Daarin is het menselijke aspect bij uitstek terug te vinden. Hofwoningen zijn doorgaans in een vierkant gebouwd met de voorzijdes naar elkaar toe. De voortuin is in een hofje veel belangrijker dan een achtertuin: mensen gaan niet ieder in hun eigen achtertuin zitten, maar samen in hun voortuinen. Ze kijken op elkaar uit en ze kijken elkaar aan. In een hofje ken je je buren beter en daardoor ben je eerder geneigd hen ergens mee te helpen. Immers: beter een goede buur dan een verre vriend. Een gemeenschappelijke ruimte kan gelegenheid bieden om samen koffie te drinken of een spelletje te spelen – vergelijkbaar met de hofkamer waarin vroeger de regenten bij elkaar kwamen. In de Amerikaanse staat Florida heeft Disney precies volgens dit concept woningen voor ouderen gebouwd, met grote voortuinen waarin buren elkaar treffen. Tegelijk is privacy natuurlijk heel belangrijk: iedereen moet zich kunnen terugtrekken.’

Knarrenhof

De Knarrenhof in Zwolle is een voorbeeld van hofjeswoningen die een groep senioren zélf heeft laten bouwen. Op meerdere plekken in Nederland, waaronder Uden, overwegen groepen senioren een ‘Knarrenhof’ te bouwen. Projectontwikkelaars en woningcorporaties wagen zich echter niet zomaar aan hofjeswoningen voor senioren, merkt Keehnen. ‘Woningcorporaties zijn voorzichtig met innovatieve woonvormen. Bovendien hebben projectontwikkelaars en woningcorporaties heel weinig kennis van hun klanten. Wat ouderen precies willen, weten ze niet.’ Keehnen heeft er, door eigen onderzoek en door het onderzoek van anderen, wel zicht op: ‘Menselijkheid. Dat is waar ouderen naar op zoek zijn, ook in de manier waarop ze wonen.’

Het hele land

Laren is vooralsnog de enige gemeente waarmee De Nieuwe Hof(felijk)heid gesprekken voert. Meerdere dorpen in het midden van Nederland hebben een parkeerplaats die zich leent voor de combinatie van hofwoningen en ondergronds parkeren, ziet Keehnen. Wat hem betreft blijft het niet bij het midden van het land. ‘Wij denken dat ons concept in het hele land is toe te passen. Dergelijke processen duren echter lang, vooral bij gemeenten. Bovendien: wij vragen gemeenten om hun parkeergrond gratis aan ons af te staan. Ze krijgen er een mooie ondergrondse parkeergarage en hofwoningen voor terug, maar toch ligt het weggeven van grond in plaats van verkopen, lastig. Ook de combinatie die wij voorstaan van sociale huurwoningen en huurwoningen in de vrije sector, ligt voor sommige gemeenten lastig. Gemeenten zijn verplicht te zorgen voor sociale huurwoningen. Om ons concept rendabel te maken is de combinatie met huur in de vrije sector echter nodig.’

Lange processen

Op termijn zou Keehnen graag in het hele land, en zeker ook in Brabant, parkeerpleinen vervangen door hofwoningen met ondergrondse garages. Gezien de langdurige processen bij gemeenten zit dat er op korte termijn niet in. ‘Als we eenmaal het eerste project hebben gerealiseerd en dat kunnen laten zien, volgen andere gemeenten waarschijnlijk snel. Wij zijn ervan overtuigd dat dit een prachtige oplossing is voor het hele land.’

Edgar Keehnen (1962) heeft zich de afgelopen twintig jaar gespecialiseerd in ouderenmarketing. Hij is oprichter-partner van Grey Ocean AGEnSee, een bureau dat actief is op het gebied van conceptontwikkeling, marktonderzoek, marketingadvies en marketingcommunicatie voor de markt van oudere consumenten. Hij schreef, deels met anderen, diverse boeken over ouderen en ouderenmarketing, waaronder zijn meest recente boek De Grey Ocean Strategie, met een hoofdstuk over de psychologie van ouder worden.Keehnen spreekt regelmatig op (internationale) conferenties.