Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenWarme technologie: met de mens voorop
techniek en dementie

Warme technologie: met de mens voorop

Zondag 1 november 2020

‘Toen mijn opa dementie kreeg, kwam het dichtbij’

Rens Brankaert

Het ontwerpen van ‘warme technologie’ voor mensen met dementie – dat is de passie van lector en assistent professor Rens Brankaert. Hij ontwikkelt menswaardige en gebruiksvriendelijke hulpmiddelen die echt bijdragen aan kwaliteit van leven. ‘Wij proberen mensen in staat te stellen waar mogelijk zélf nog een probleem op te lossen.’

 width=

Brankaert (31) is lector Health Innovations & Technology aan de Fontys Paramedische Hogeschool en assistent professor Industrial Design aan de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e). Het begrip warme technologie is tamelijk nieuw in de zorg, vertelt hij. ‘Warme technologie is menswaardige, gebruiksvriendelijke technologie die mensen in hun kracht zet. Het is ontstaan als tegenwicht van de koude technologie, die vooral functioneel is en wordt ingezet vanuit een behoefte aan het beheersen van zorg.’ Hij geeft een voorbeeld: ‘Denk aan de gps-sensoren waarmee we mensen met verward gedrag kunnen traceren. Zo’n sensor helpt zorgprofessionals, maar de persoon die getraceerd wordt, is nog steeds verdwaald. Wat wij hebben ontwikkeld is het Welthuis Kompas (zie foto). Eveneens met gps-sensor die zorgprofessionals kunnen gebruiken, maar óók – vooral! – met een kompas dat verwarde mensen altijd de weg naar huis wijst. Dat is warme technologie: een menselijke oplossing waar ook de zorgbehoevende persoon in kwestie iets aan heeft.’

Opa als inspiratie

Zijn opa was voor Brankaert de inspiratie om zich te verdiepen in dit vakgebied. ‘Toen mijn opa dementie kreeg, kwam het dichtbij. Ik ging afstuderen aan de master Industrial Design van de TU Eindhoven en wilde me verdiepen in mensvriendelijke technologische oplossingen voor mensen met dementie. Na mijn afstuderen kreeg ik de kans te promoveren op dit onderwerp, en vervolgens mocht ik aan de slag als assistent professor om dit als onderzoeksgebied door te ontwikkelen. Nu, vier jaar later, focus ik me nog steeds op ontwerpend denken in de zorg en het inzetten van warme technologie. Mijn opa is lange tijd een inspiratiebron voor me geweest. Het idee voor het Welthuis Kompas is ook geïnspireerd door wat er bij mijn opa mis ging. In de beginfase van zijn dementie ging hij nog geregeld naar vrienden. De weg ernaartoe wist hij wel, maar hij kon vaak niet meer terugkomen. Zo kwam ik op het idee van een kompas dat altijd de weg naar huis wijst. Wat betreft technologie heb ik zeker fouten gemaakt in het begin, maar mijn opa bracht me dan weer op de goede weg. Die lessen stellen me nu in staat collega’s en studenten te begeleiden bij het ontwikkelen van een andere blik op technologie in de zorg.’

De mens centraal

Kenmerkend voor Brankaerts onderzoek is de aandacht voor individuele behoeftes. ‘Wij zien mensen met dementie als personen met hun eigen, rijke historie en ervaringen. We stellen hun persoonlijke behoeftes centraal en proberen iets te ontwikkelen waarmee ze zelf een rol kunnen spelen bij het oplossen van een probleem.’ De methode die hij hierbij hanteert is anders dan de manier waarop technologie standaard wordt ontwikkeld in de zorg, vertelt hij. ‘Wij doen kwalitatief onderzoek, waarbij we met mensen in gesprek gaan. We doen diepte-interviews, stellen focusgroepen samen, observeren individueel gedrag. Vragenlijsten op grote schaal inzetten – dat doen we in die eerste fase dus niet. Dan ga je generaliseren en iedereen over een kam scheren, dat willen we niet.’ Brankaert werkt volgens de methode van design thinking. Hij licht toe: ‘We werken cyclisch in vier stappen die we steeds opnieuw doorlopen. We beginnen met empathie: we gaan uit van de individuele ervaringen van mensen. Daarna bedenken we oplossingen, vervolgens ontwikkelen we een prototype, dat we ten slotte laten ervaren door mensen. Waarna we weer uitkomen bij de eerste stap: empathie. We doorlopen de cycli snel, want hoe sneller je ontdekt of je prototype wijzigingen nodig heeft, hoe beter. Als je bijvoorbeeld pas na vier jaar gaat testen, heb je ook al vier jaar geïnvesteerd. Dan ga je niet meer zo makkelijk terug naar de tekentafel. Wij doen dat wel: we kijken continu kritisch naar onze prototypes en zijn continu aan het verbeteren.’ Het is een intensief proces, vertelt Brankaert: je moet steeds weer je eigen aannames ter discussie willen stellen. Maar de resultaten zijn mooi. Letterlijk en figuurlijk… Want kenmerkend voor de prototypes van Brankaert is ook dat ze er goed uitzien – ‘geen grote lab-opstellingen’ – én zonder haperingen werken. ‘De mensen met dementie die ze testen, hebben al uitdagingen genoeg’, licht hij toe.

Zelf postkaartjes printen

Met trots vertelt Brankaert over een ontwerp waar promovenda Myrte Thoolen nu mee bezig is: Living Moments (zie foto). ‘Met het oog op corona wilden we voor mensen met dementie een fysieke component toevoegen aan het leggen van contact. En zo hebben we een systeem ontwikkeld dat postkaartjes print bij de persoon met dementie thuis. Er zit een app bij – die lijkt op Instagram – waarmee familieleden foto’s kunnen nemen, filmpjes kunnen maken en berichten kunnen inspreken. Die media kunnen ze versturen naar het familielid met dementie. Een deel van het bericht wordt daar uitgeprint op een postkaartje. En het kaartje kan in een bijbehorend station worden gezet, waardoor het tot leven komt en de filmpjes bijvoorbeeld bekeken kunnen worden.’ De uitdaging voor Brankaert is om hier nog iets aan toe te voegen: de mogelijkheid voor de persoon met dementie om zelfstandig te reageren: met een selfie, een ingesproken bericht, een emoji of een geschreven bericht. ‘Onze aanname is dat mensen met beginnende dementie nog een bericht kunnen typen, en dat mensen in een verder gevorderd stadium een simpelere reactie zoals een emoji terugsturen. We gaan nu testen of die aanname klopt. Ik ben benieuwd!’ 

Levendigheid en verbinding

Een ander product waar Brankaert trots op is, is het Vita-kussen (zie foto). Voor de ontwikkeling daarvan is hij met zijn team een strategische samenwerking aangegaan met zorgorganisatie Pleyade. ‘We vinden het belangrijk ook mensen uit de zorg te betrekken bij dit soort trajecten. Volgens de visie van de warme technologie hebben we samen Vita ontwikkeld: een geluidskussen met zes vlakken dat in de woonkamers van verzorgingshuizen kan worden gelegd. Als een persoon met dementie zijn hand op een vlak legt, wordt er een geluidsfragment of muziekje afgespeeld. Het kussen is gekoppeld aan een platform waar familieleden geluidsfragmenten kunnen insturen die zijn afgestemd op de persoon met dementie.’ Aan de achterkant van het kussen kan de begeleider het juiste profiel kiezen en het volume instellen. Degene met dementie die het kussen gebruikt heeft zo een persoonlijke beleving. En dat werkt, vertelt Brankaert: ‘Onderzoek door promovendus Maarten Houben is ontzettend positief uitgevallen. Er zijn veel mooie voorbeelden: jeugdherinneringen komen naar boven, mensen moeten lachen, maken grapjes over de geluiden die ze horen en medewerkers voelen een sterkere verbinding ontstaan. Dat is mooi. Waar mensen in een latere fase van dementie soms apathisch aan tafel kunnen zitten, zorgt dit kussen voor levendigheid en verbinding.’ En precies dat is dan ook wat Brankaert voor ogen heeft, besluit hij: ‘We willen echt dingen ontwikkelen waar mensen met dementie zélf iets aan hebben.’

Dr. Rens Brankaert is lector Health Innovations & Technology aan de Fontys Paramedische Hogeschool en assistent professor in Industrial Design aan de TU/e. In zijn werk focust hij zich op het ontwerpen van warme technologie voor mensen met dementie: technologie waarbij de mens centraal staat.